Voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt kan sociale economie met het collectief en het individueel maatwerk soelaas bieden. Het collectief maatwerk stond vroeger bekend als de beschutte- en sociale werkplaats. Het individueel maatwerk is van kracht sinds 1 juli 2023 en is voorlopig nog te onbekend, en dus ook onbemind. 

Het individueel maatwerk biedt werkgevers een loon- en/of begeleidingspremie ter compensatie van eventuele extra kosten wanneer zij iemand aanwerven met een blijvende of tijdelijke arbeidsbeperking of grote afstand tot de arbeidsmarkt. Dat systeem wil Tombeur nu versterken, vereenvoudigen en bekender maken bij werkgevers. 

Sinds de invoering in 2023 werden in totaal al 9.461 van dergelijke dossiers goedgekeurd. Ook het aantal bedrijven dat gebruik maakt van het instrument stijgt van 1.308 bedrijven in 2023 naar 4.377 bedrijven in 2025. Toch ziet de N-VA nog veel potentieel om substantieel meer mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te activeren. Zeker met het beperken van de werkloosheidsvergoeding in de tijd en het groeiend aantal langdurig zieken kan het individueel maatwerk beter worden ingezet.

Het systeem verkleint volgens Tombeur de kloof tussen de sociale economie en de reguliere arbeidsmarkt. Daarom wil het parlementslid het systeem bekender maken én het systeem vereenvoudigen. “Werkgevers willen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid opnemen, maar botsen op administratieve drempels. Als we de procedures eenvoudiger en sneller maken, kunnen nog meer bedrijven instappen en nog meer mensen aan de slag”, klinkt het. “Laat ons daarbij de goede praktijken en inspirerende voorbeelden extra in de verf zetten.”

Het belang van werk kan volgens Tombeur moeilijk onderschat worden: “Werk is meer dan geld verdienen. Het zorg voor structuur in het dagelijkse leven, voor sociale contacten op de werkvloer en voor kansen om talenten te ontwikkelen. Dat geldt ook bij mensen met een arbeidsbeperking. Door hen kansen te bieden op werk, versterkt dat het zelfvertrouwen en hun plaats in de samenleving.”