“Onnozelaar, ik kom niet meer”, of “Als je zo verder doet, klop ik op je gezicht”. Of nog: “Zie maar dat je straks veilig thuiskomt.” Het zijn scheldtirades of intimidaties via sms waar Peter Paesmans (54) de laatste tijd meer en meer mee wordt geconfronteerd. Paesmans is bemiddelaar bij de VDAB in Tongeren en begeleidt mensen naar werk. In zijn geval mensen die een bepaalde lichamelijke of psychologische beperking hebben, maar volgens het RIZIV wel nog stappen kunnen zetten naar werk. Het is een intensievere vorm van begeleiding dan bij andere “klanten”.
Maar Peter heeft al veel ervaring, onder meer bij de RVA, maar ook bij de controledienst van de VDAB. Sinds 3 jaar doet hij begeleiding. En daar kwam hij al verschillende keren in aanraking met gevallen van agressie. “De laatste jaren merk je dat agressie er meer en meer voorkomt. Niet zozeer fysieke agressie, maar vooral verbaal. Mensen zijn kwader dan vroeger. Zij voelen vaak de nood om gehoord te worden, maar hebben het moeilijker met verplichtingen. Zoals documenten invullen of reageren op vacatures”.
45 procent meer
Het aantal gevallen van agressie zit al langer in de lift. Lag het cijfer in 2015 nog op 65, dan was dat vorig jaar al gestegen naar 633. Bijna maal 10 dus op 10 jaar tijd. Maar de stijging op één jaar tijd – van 2024 naar 2025 – is misschien nóg opvallender. Volgens gegevens die Vlaams Parlementslid Ine Tombeur (N-VA) opvroeg bij Vlaams minister van Werk Zuhal Demir (N-VA) lag de agressie vorig jaar nog eens 45 procent hoger. In Oost-Vlaanderen en Limburg stijgen de cijfers met meer dan 50 procent, in Vlaams-Brabant is er zelfs sprake van een verdriedubbeling.
Dat er zo veel agressie is tegenover VDAB-personeel dat mensen begeleidt naar werk, noemt Tombeur verontrustend. Zij wijt de stijging onder meer aan de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, een federale maatregel waar de dienst de handen mee vol heeft. “Medewerkers brengen moeilijke boodschappen die de werkzoekenden niet altijd willen horen. Maar hier met agressie op reageren, is helemaal fout”, klinkt het.
Ook minister Demir is verbolgen. “Dit kan absoluut niet door de beugel. Het gaat hier over medewerkers die zich elke dag inzetten om andere mensen vooruit te helpen. Als net zij slachtoffer worden van agressie, is dat bijzonder zuur.”
Uitkering verliezen
Volgens VDAB-woordvoerster Joke Van Bommel speelt de beperking van de werkloosheid in de stijgende cijfers wel degelijk een rol. “Maar in het algemeen zie je ook duidelijk een maatschappelijke trend van geweld tegen wie voor de overheid werkt. Bij het OCMW, de politie, De Lijn... De contacten verruwen.” Maar dat werklozen te horen krijgen dat ze hun uitkering gaan verliezen, ligt uiteraard ook gevoelig. “Die gesprekken zijn pittig en mensen worden emotioneel”, aldus Van Bommel.
De meeste agressiedossiers gaan over verbaal geweld, maar ook fysieke agressie komt voor. Gooien met voorwerpen, duwen, spuwen of schoppen. Het is een minderheid, maar toch moest de politie vorig jaar twaalf keer tussenkomen. En in Antwerpen en Gent zijn er op de piekmomenten zelfs veiligheidsagenten aanwezig in de kantoren van de VDAB.
Actieplan
Het zijn maatregelen uit een actieplan dat minister Demir al uitwerkte. Zij wil met de federale regering ook afspreken dat agressie een reden kan zijn om je uitkering te verliezen. In afwachting zijn in de VDAB-kantoren al verschillende ingrepen gebeurd om de medewerkers te beschermen. Zij zitten achter plexiglas, er zijn vluchtdeuren, het kantoormateriaal is zo veel mogelijk vastgemaakt aan de grond, en de meeste bemiddelaars beschikken over een noodknop.
“Wij zitten altijd vlak bij de uitgang. En als het volume de hoogte ingaat, komt een collega op de deur kloppen. Onlangs raakte een vrouw nog buiten zichzelf. Maar het is niet altijd makkelijk om in te schatten of dat van pure emotie of eerder agressie is. Wanneer een collega dan even komt kijken, daalt de temperatuur wel snel”, zegt Paesmans.
Het personeel leert ook hoe om te gaan met dergelijke situaties en krijgt psychologische begeleiding wanneer het fout loopt. “Wanneer iemand begint te schreeuwen, zeg ik soms niets. Dan ebt de kwaadheid vaak weg. Of ik zeg meteen dat ik geschrokken ben van de reactie. Soms hebben mensen nood aan ontlading. Zolang het niet fysiek is, kan het aanvaardbaar zijn. Maar je moet uiteindelijk wel altijd duidelijk maken dat zo’n gedrag niet kan. Voor jongere collega’s is dat moeilijker. Ze gaan sneller mee in het spel van de klant.”